Zelfbouwproject zonnepanelen in Eindhoven (NL)

Uit Pv en zonneboiler wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Vooraf[bewerken]

In de late herfst van 2010 hebben we (mijn echtgenote en ik) met subsidie van Senter/Novem een zonnecollector met 120L boiler in ons huis laten plaatsen. Dat beviel zo goed dat we vanaf 2011 overwogen hebben om ook zonnepanelen te plaatsen. De subsidie in Nederland daarvoor is inmiddels gedaald tot nul (dankjewel, visieloos kabinet Rutte), dus het is een nogal wat duurdere operatie dan in de omringende landen Belgie en Duitsland. De scherpe prijsdaling van panelen in de tweede helft van 2011 heeft ons toch over de streep getrokken. Om kosten te sparen, maar vooral vanwege de lol van het zelfdoen, heb ik voor de panelen geen installateur benaderd, maar doe ik alles dus zelf, met uitzondering van de verbouwing van de meterkast. Niet omdat dat zo moeilijk is, maar een erkende installateur hiervoor in de arm nemen voorkomt een hoop gezeur met de netbeheerder, i.v.m. het nieuw plaatsen van verbruiksmeters.

De nu volgende tekst bevat delen van threads van het forum, dus als je denkt dat je stukken al eens gelezen hebt, dan kan dat kloppen. Overigens pretendeert dit verhaal niet om een soort van algemene aanpak voor zelfbouw te zijn; het is hooguit een set ervaringen van mij met de aanleg van mijn PV-installatie.

Uitgangspunten en materiaalkeuze[bewerken]

Ik ben begonnen met een paar wensen: minimaal 3500kWh opbrengst per jaar, om in elk geval nu en in de toekomst volledige dekking van ons eigen stroomverbruik te hebben. Volgens de rekenprogramma's die diverse leveranciers op het internet aanbieden, hebben we dan een installatie met een vermogen van ca. 4kWp nodig. De panelen moeten in staat zijn dat vermogen te leveren, en ze moeten een beetje netjes op ons dak passen. Bovendien wil ik als 't effe kan zwarte panelen.

Ligging[bewerken]

Ons huis is een huis in een rij, in Eindhoven noord, met een zadeldak. De dakhelling is zo'n 36°, de ligging is 166° (zuid ten oost).
Plaatje van ons huis in Google compass
Voor mijn huis is pas een boompje geplant, dat de potentie heeft om vrij groot te worden. Aangezien ik een vrij ervaren bomensnoeier ben, zal mijn energievoorziening niet in 't gedrang komen. Tegenover groeit een vrij forse Europese eik, maar buiten de wintermaanden werpt die geen schaduw over ons dak. In de wintermaanden alleen laat op de dag een beetje onder aan de dakrand. Ook weer in de wintermaanden is ons dak vanaf vijf uur 's middags beschaduwd door het huis van de buren. Niet dat dat zoveel uitmaakt, de invalshoek van het zonlicht is dan toch al niet zo best meer. Wel even iets om in de gaten houden in verband met de keuze en plaatsing van de panelen in meerdere strings.

Paneelkeuze[bewerken]

Het dak met de drie vlakken voor mogelijke paneelplaatsing
Met een relatief klein dakvlak, ongeveer 6x5.2m, met al een zonnecollector van 2,5 m² erop die ik niet wens te verplaatsen, is het een behoorlijk gepuzzel om passende panelen te vinden, die tot optimale dakvulling gaan leiden. Het dakvlak is te verdelen in 3 stukken van goot tot nok: een vrije ruimte van ca. 1.80m hoog x 6m breed onder de zonnecollector. Naast de collector is een vlak van 4.2m breed en 3.4m hoog beschikbaar voor panelen. Boven de collector is nog een baan van net geen 1m hoog bij 1.8m breed vrij. Het totaal te benutten oppervlak is dus zo'n 26.88 m². Stel dat je dat precies vol kunt leggen met panelen, dan heb je voor 4kWp dus een specifiek vermogen van 4000/26.88 = 148.8W/m² nodig. Theoretisch erg mooi, maar de kans dat je een serie panelen vindt die precies past is ongeveer nul. Bovendien wil ik dat het er een beetje netjes uitziet, dus ik wil de panelen in een regelmatig grid (zonder verschuivingen tussen de rijen onderling) op m'n dak hebben.

Zonnepanelen worden gemaakt van silicium wafers, het zij 5" of 6" groot. De paneelafmetingen zijn dus veelvouden van deze wafermaten, met nog een beetje extra voor de aluminium rand. Een echte standaardisering is er niet, maar de meeste panelen hebben afmetingen van zo rond de 1680*990mm of 1580*800mm. Er zijn ook wel grotere, maar dat wordt nog meer passen en meten. Per paneel komt er nog ca. 20mm breedte dan wel hoogte bij, voor montagemateriaal.

Wat past er dan op? Van de grootste panelen kan ik er 14 kwijt (een rij van 6 en twee van 4), van de kleinste 18 (een rij van 7, twee van 5 en nog eentje in landscape boven de collector). Om het gewenste vermogen te halen heb ik dus 4000/14 = 285 Wp grotere of 4000/18 = 222 Wp kleinere panelen nodig. De panelen van 285 Wp of meer die ik kon vinden zijn allemaal nogal wat langer, en passen dus niet. Blijft over een set panelen zoeken van ca. 1600*800 mm. Binnen deze afmeting kwam ik al snel uit bij Sanyo. Hun panelen van 225Wp of meer (HIT-serie) hebben afmetingen van 1580*798mm, en een maximale opbrengst van 240Wp. De nu gangbare panelen van Sanyo hebben een maximaal specifiek vermogen van 190W/m², met een paneel vermogen van 240Wp kom je dan uit op 18*240 = 4320Wp. Het precieze type is HIT-N240SE10. Ze zijn ook nog eens mooi zwart.

Inverterkeuze[bewerken]

Om de gelijkspanning van de zonnepanelen te kunnen omzetten in bruikbare wisselspanning heb je een inverter nodig. Inverters worden typisch 10-20% ondergedimensioneerd aan een installatie gekoppeld: voor 1200Wp zonnepanelen koop je best een inverter met een vermogen van 1000W of net iets erboven. Voor mijn panelen geldt dus dat ik best een inverter van ongeveer 4kW kies. Als ik 4kW wil terugleveren betekent dat een maximale stroom van meer dan 17A, over een fase. Mijn huis heeft een 3x25A met nulleider, netaansluiting. In Nederland betekent dat dat de maximum afzekering per eindgroep 16A bedraagt. Pech dus voor een eenfase inverter. Die levert teveel stroom voor een fase, er is dus een meerfasige teruglevering nodig. Bijkomend voordeel is dat het stroomnet niet teveel scheef getrokken wordt bij symmetrische (3 fasen) teruglevering. Is de netbeheerder ook weer blij. Een andere optie is om de panelen op twee of drie kleinere inverters aan te sluiten, maar dat betekent een of twee extra groepen in de zekeringenkast, en daarmee ook weer een extra differentieelschakelaar (aardlekschakelaar), omdat er maximaal vier eindgroepen per differentieel aangesloten mogen zijn. Er zijn nu 8 eindgroepen, incl. een voor teruglevering in mijn groepenkast, en die is aardig vol, er kan niet veel meer bij. Extra groepen en een extra differentieel wordt te vol. Een driefasige inverter wordt het dus.

Er is niet al teveel keuze in driefasen inverters met een relatief laag vermogen. Bij SMA (het merk waar iedereen nogal lyrisch over schijnt te zijn) beginnen driefasen inverters boven de 8kW. Dat gaat dus niet werken. Een andere Duitse fabrikant, Kostal, levert driefasen inverters vanaf 4.2kW. Het rendement van deze inverters is iets lager (scheelt 1%, op 96% nominaal voor die van SMA). Deze inverter moet op 16A afgezekerd worden, en past dus mooi in mijn huisinstallatie. Het precieze type is Kostal PIKO 4.2. Bij deze inverter hadden er best nog een of twee paneeltjes bij gekund, gezien zijn vermogen, maar dat past dus niet op m'n dak.

Een voordeel van deze inverter is dat-ie standaard een ingebouwde webinterface en RS485 poort heeft en dus zonder al teveel problemen automatisch gelogd kan worden, en bovendien doet de fabrikant niet moeilijk over vrijgave van communicatieprotocollen aan particulieren (onder non-disclosure agreement, of NDA). Sommige anderen hebben daar kennelijk meer moeite mee.

Onderconstructie[bewerken]

Met een inverter en een pallet panelen ben je er niet. Die panelen moeten ook aan je dak vastgemaakt worden. Voor een pannendak zijn er twee opties: Op de pannen of tussen de pannen. Aangezien mijn collector op de pannen ligt, gaat dat met de panelen ook gebeuren. Bovendien is mijn dak al sinds de bouw in 1978 lekvrij, en dat wil ik graag zo houden. De pannen blijven dus liggen. Verder worden panelen die op de pannen liggen beter gekoeld door de omgevingslucht, waardoor hun rendement hoger ligt. In Nederland is een bedrijf (Ubbink) actief in de zonne-energiebranche. Zij leveren naast panelen ook onderconstructies. Op hun website kun je gemakkelijk uitrekenen wat je nodig hebt en je krijgt dan ook meteen een idee van de kosten. Niet bijster goedkoop, laat ik het zo zeggen. De leverancier van de panelen (zie verderop) bood me een ander mogelijkheid aan: een railsysteem van Schletter, e.e.a. zag er steviger uit, mooier ook. Bovendien concurrerend met Ubbink's prijzen (althans die van hun website, verder geen navraag gedaan). Omdat Schletter primair bouwt voor de Duitse markt, en geen idee heeft van Nederlandse dakconstructies uit het eind van de jaren '70, moet er wel een en ander gedaan worden om de materialen mooi passend te krijgen. Maar goed, je doet 't zelf of niet.

Aanschaf[bewerken]

Alle materialen bij elkaar in de hal.
Ik heb wat Sanyo paneelprijzen opgevraagd in Nederland, de kleine fractie leveranciers die de moeite nam te reageren zat erg hoog met hun prijzen, tot wel €3/Wp. Leuke prijzen voor 2009, maar niet voor 2012.

In Duitsland had ik meer succes. Prijzen vanaf €1.75/Wp, en voor een acceptabel bedrag thuisbezorgd. Uiteraard heb je meer nodig dan alleen panelen, dus heb ik bij dezelfde leverancier ook de inverter en de onderconstructie en bekabeling besteld. Dat was ergens anders wel iets goedkoper te krijgen (ordegrootte tweehonderd Euro) maar dan heb je ook weer gedoe met transporten, meerdere leveranciers etc. De speciale gereedschappen die nodig zijn voor de connectoren (krimptangen) zijn te vinden op ebay, voor een fractie van de prijs die de gemiddelde zonnepanelenboer ervoor vraagt. Na betaling van de totale kosten werd binnen vijf dagen de complete bestelling afgeleverd. Nou ja, compleet, door de wijziging van het Erneuerbare Energien Gesetz in Duitsland (afknijpen subsidie per 9-3-2012) op de dag dat ik de bestelling plaatste, waren de inverters van het type dat ik besteld had, opeens in heel Duitsland uitverkocht. Iedereen wilde nog vlug even panelen plaatsen om de volle mep subsidie op te strijken. Voor mij was dat op zich geen probleem, want er was toch nog genoeg aan voorbereiding enzovoort te doen. Toch nog sneller dan verwacht werd ook de inverter geleverd. En dan staat plotseling je hele hal vol met spullen ...

Plaatsing[bewerken]

Voorbereidingen aan het dak[bewerken]

Het dak met collector en ontluchtingspijpen
Het dak, nu met de verholen pannen.
Bevestigingsplanken voor de dakhaken.

Om de panelen op mijn dak kwijt te kunnen, moest er een tweetal ontluchtingen vervangen worden (zie foto). De badkamer ontlucht op de hoek van het dak, en de oude WC (is een paar jaar geleden verplaatst, maar de ontluchtingspijp is er nog) ongeveer in 't midden, naast de zonnecollector. De ontluchtingen bestaan uit een kunststof dakpan, met daarop een kunststof buis met een kap erop. E.e.a. steekt ongeveer 75 centimeter uit het dak, werpt schaduw en staat gewoon in de weg. Verder vallen de spar op, die waarschijnlijk de zomer niet gaat halen (werpt een beetje schaduw, maar verduistert inmiddels de halve woonkamer), en een paar takken van de nieuw geplante boom.
De ontluchtingen worden vervangen door verholen rioolontluchtingspannen die gedeeltelijk onder de panelen verdwijnen. Op de middelste foto zie je de verholen pannen geplaatst.
Het dakbeschot van ons dak bestaat uit zgn. Opstalan platen. Vlak na de oliecrisis in 1973 realiseerde men zich dat isolatie van huizen misschien wel eens handig kon zijn. Tot dan werd een dakbeschot gewoon uit spaanplaat gemaakt. De firma Opstalan maakte als een van de eersten een dakplaat met isolatie. Hij bestond uit een spaanplaat van een meter breed, 22mm dik, met daarop in de lengterichting 4 houten regels van ca. 30mm breed bij 50 mm hoog, waarop de panlatten gespijkerd werden. Op de panlatten liggen bij ons betonnen sneldekpannen. Tussen de regels zat 28 mm dik PUR schuim. Voor gewone dakhaken kun je daar dus niks mee, aangezien je de haken precies op de toppen of de dalen van de pannen moet zetten en je op het schuim niks kunt monteren. De steek tussen de regels is 315mm, de werkende breedte van een sneldekpan 300mm. De kans dat het dan om de ca. 90 cm elke keer goed uitkomt is te verwaarlozen. Er moet dus een voorziening getroffen worden. In ons geval bestaat die voorziening uit planken, tussen de panlatten op de regels van de dakplaten geschroefd. De planken zijn in de lengte doorgezaagde geschaafde steigerplanken en hebben een kopmaat van 27x95mm. Deze planken zijn met 6x90 mm houtdraadbouten met carosserieringen op de regels van de dakplaten vastgezet. De koppen liggen verzonken in het hout, om plaatsing van de dakhaken mogelijk te maken. Per rij panelen liggen de planken verticaal drie rijen pannen uit elkaar, tussen de rijen panelen twee. De panelen worden dan op een afstand van ongeveer eenvijfde van hun hoogte van de uiteinden ondersteund. De doorbuiging ten gevolge van het eigen gewicht van de panelen is dan minimaal.

Voorbereidingen voor de bekabeling[bewerken]

Twee stenen weggekapt ter hoogte van de inverter.
Installatiebuizen op het dak.
Installatiebuizen bovenin de meterkast. Niet alles is voor de PV-installatie.
Installatiebuizen bij de inverter, nu ingemetseld.

De panelen worden in twee strings op de inverter aangesloten. De inverter komt vervolgens met een 5x2.5mm² kabel aan een aparte groep in de meterkast te hangen. Aangezien de meterkast op de begane grond onder de badkamer op de 1e verdieping zit, is kabels over de muur trekken geen mogelijkheid: Een 400V kabel over de muur door een badkamer is geen prettig vooruitzicht in termen van veiligheid, en het ziet er ook niet bepaald fraai uit.
Gelukkig is de muur waartegen de inverter gemonteerd wordt een buitenmuur, met spouw, dus. Door de gevelpannen van het dak wat opzij te schuiven en een gat in de muur te kappen is de spouw toegankelijk en kun je er dus installatiebuis in schuiven (zie foto), en is de verbinding tussen panelen en inverter gemakkelijk te maken. Hetzelfde geldt in principe voor de bekabeling richting meterkast, al is de ruimte om een gat te maken daar wat beperkt (zie foto, het kostte me een hele morgen om er vier buizen in te leggen van het dak naar de meterkast, de buizen van dak naar inverter waren in 15 minuten gelegd).
De installatiebuis is als volgt verdeeld: Allereerst 4 buizen voor twee strings DC van dak naar inverter. Per buis ligt een DC-draad. De combinatie draaddikte en mantelmateriaal (rubber) maken twee draden in een 16mm buis erg lastig trekken. Het zit er dan te strak in en heeft een vrij hoge wrijving. Bovendien zijn + en - dan niet meer uit elkaar te houden, want ik had een rol zwarte draad besteld, geen rood/zwart, dus. Dan 1 buis voor evt. sensoren van dak naar inverter. De Kostal PIKO 4.2 heeft 4 analoge ingangen die evt. aangesloten kunnen worden in de toekomst. Voorts nog 1 buis van 19mm t.b.v. aarddraad van dak naar meterkast en twee buizen voor signaalleidingen (ethernet en RS485) van inverter naar meterkast. Als laatste nog een 19mm buis voor de 5x2.5mm² kabel van inverter naar de meterkast.
Op het dak worden de buizen netjes naast elkaar gelegd (zie foto). Daar in de buurt komt een dakdoorvoer door de pannen heen (40mm PVC knie t.b.v. riool, met mastiek in de pan geplakt, foto volgt verderop). De buizen bij de inverter worden zo in de muur gemetseld dat ze netjes bij de aansluitpunten van de inverter uitkomen (zie foto). Met name voor de AC kabel is dat handig, want die is niet zo makkelijk te buigen. De bekabeling kan nu aangelegd worden; de voorbereiding is klaar.

Onderconstructie aanbrengen[bewerken]

Schletter haak gemonteerd op de plank. Let op de verzonken boutkoppen van de houtdraadbouten.
Pan met ingeslepen sleuf voor de dakhaak.
Pasvorm van dakhaak met ingeslepen pan.
Rails uitgelijnd in een vlak.

De onderconstructie is van het fabrikaat Schletter, met rails type Solo05 en bevestigingsclips type Rapid2. De rails werden geleverd op lengten van 6m, per rij panelen zijn twee rails nodig. Volgens de website van Ubbink heb ik voor de onderste rij panelen (7 naast elkaar) 8 dakhaken per rail nodig, voor de twee bovenste rijen (5 panelen per rij) 6, en dan nog vier haken voor verticale rails voor het paneel boven de zonnecollector. In totaal 40 haken voor de horizontale rails, en nog 4 voor de twee verticale. Mijn dak ligt vol met sneldek pannen, met twee "golven" per pan. De dakhaken worden op de "toppen van de golven" van de dakpannen gemonteerd, midden op de pan. Dat heeft twee voordelen: De aansluitnaden van de pannen blijven ongemoeid; minder kans op lekken, en als er zo af en toe nog eens een flinke storm opsteekt, dan wordt eventueel water dat van het dak afloopt niet onder de dakhaak door onder de pannen geblazen. Het water loopt nl. via de dalen naar beneden, niet via de toppen.
De dakhaken bestaan uit roestvrijstalen platstaal, ca. 60x5 mm voor de montageplaat, ca. 35x6mm voor de railbeugel. Ze worden met M8x35 bouten en inslagmoeren aan de planken op het dak bevestigd (zie foto). Op de foto is ook meteen duidelijk waarom de boutkoppen van de houtdraadbouten verzonken aangebracht meoeten worden. Het monteren van de inslagmoeren was een beetje gedoe. Uiteindelijk heb ik ze onder de planken vastgehouden met een chirurgisch klemmetje (Kocher) en dan de bout aangedraaid. Achteraf gezien was een 5mm langere bout een betere keuze geweest, had veel ergernis bij de montage gescheeld. De dakhaken zijn per rail gemonteerd, eerst de twee haken op een na van de uiteinden van de rail plaatsen, dan de rail erop en daarna de rest van de haken plaatsen met de rail als positionering. Vervolgens heb ik provisorisch (zonder uitlijning) de betreffende rail vastgedraaid, zodat er een steuntje voor mijn voeten was voor het monteren van de volgende rail.
Om de pannen netjes aan te laten sluiten, wordt een baan van minstens 35mm breed uit de onderkant van de pan geslepen, met een haakse slijper met diamantschijf (zie foto). De pan schuift dan netjes over de railbeugel en valt normaal op zijn plek (zie foto). Naast het esthetische voordeel loop je ook minder kans op breken van de pan tijdens het verdere verloop van de paneelmontage. Hij rust nl. vlak op de omliggende pannen en niet alleen in het midden op de dakhaak.
Als alle haken gemonteerd zijn wordt het tijd om de rails uit te lijnen. Het volgende stukje is nogal veel tekst, want ik heb geen foto's genomen tijdens het uitlijnen. De bovenste en onderste rail worden horizontaal zodanig neergelegd dat de panelen straks in elk geval de gevelpannen niet bedekken. Door een van de rails los te maken kan deze als rei gebruikt worden voor de verdere uitlijning. De onderste rail wordt als parallel aan de dakrand verondersteld. Met een forse winkelhaak wordt de rei aan het uiteinde van de horizontale rails verticaal en haaks over alle rails gelegd. De uiteinden van de rails worden nu uitgelijnd met de rei.
Het dak van het huis rust op drie topgevels, een aan de buitenkant, eentje op ca. eenderde van de breedte van het huis en eentje als scheidingsmuur met de buren. De gordingen (balken) tussen deze muren die het dak dragen zijn na verloop van dik dertig jaar een beetje doorgebogen. Het daarop rustende dak dus ook. De uiteinden van de rails komen toevallig uit in de buurt van de topgevels. De uiteinden van de bovenste en onderste rails worden daarom nu zo laag mogelijk op de dakhaken vastgezet, dan is er in elk geval nog genoeg speling voor de railklemmen op de tussenliggende haken, om voor de doorbuiging van het dak te compenseren. Na deze actie worden de onderste en bovenste rail op het oog (door in de lengterichting langs de rail te kijken) verder uitgelijnd. Aangezien de verticale speelruimte van de railklemmen op de dakhaken vrij klein is ten opzichte van de dakgrootte, heb ik niet gecheckt of de beide uiterste rails echt parallel zijn, cq in hetzelfde vlak liggen. De eventuele afwijking zal klein zijn. De tussenliggende rails worden nu met de losse rail (rei) ten opzichte van de rest uitgelijnd, zodat een geheel vlakke ondergrond voor de panelen ontstaat. E.e.a. is te controleren door precies met beide ogen in het vlak van de rails over het dak te kijken. (zie foto). N.B. De twee korte verticale railtjes boven de zonnecollector staan nog niet op de foto. De uitlijning van deze twee volgt op dezelfde wijze als die van de langere, horizontale rails, nl. met een rechte rei, nu t.o.v. de horizontale, al uitgelijnde rails.

DC-bekabeling aanbrengen[bewerken]

Plaatje van de juiste combinaties van MC4 en MC3 connectoren.
Stringverdeling.
Dak met rails en installatiebuis voor de DC-bekabeling.

De panelen worden met éénaderige kabels (draad) aan de inverter gekoppeld. De gekozen panelen hebben MC3-connectoren, bestaande uit een metalen geleidingsdeel en een rubber isolatiedeel, de inverter heeft MC4-connectoren, bestaande uit een metalen geleider en een kunststof behuizing. De kabels en connectoren moeten uiteraard zo samengesteld worden dat de polariteit van de aansluitingen klopt (zie plaatje). De connectoren worden met de daarvoor bestemde krimptangen na plaatsing van de kabels aangebracht. Achteraf gezien kan dat ook van tevoren: De connectoren worden uiteindelijk gemonteerd door de aangekrompen bus of pen van achter door de isolatie van de connector te schuiven. Met een beetje goede wil (en niet al te scherpe bochten) is de draad met connectorpen of -bus door een installatiebuis te schuiven. De MC4-connectoren worden aan de kabels gekrompen en zijn daarna makkelijk in hun behuizing te monteren. Voor de MC3-connectoren is naast een krimptang eigenlijk ook een gereedschapje nodig om de aangekrompen connectorpen of -bus door de rubber isolatiemantel heen te trekken. Kwam ik pas achter toen ik met de spullen op het dak zat. Met een paar druppels afwasmiddel en alweer m'n chirurgisch klemmetje heb ik de connectoren door de rubberisolatie heengewurmd en e.e.a. zonder zichtbare schade kunnen monteren.
Aangezien er twee strings panelen aan de inverter worden gekoppeld, zijn er dus vier kabels nodig. Op het bijgaande schema is aangegeven hoe de stringverdeling op het dak wordt. De achterliggende gedachte voor de stringverdeling is als volgt: Er bestaat een kans dat de onderste rij panelen in de winter gedeeltelijk in de schaduw van een grote boom aan de andere kant van de straat komt te liggen. Die panelen komen dus in een string bij elkaar.Om de bedrading relatief kort te houden wordt de onderste rij gecombineerd met de twee uiterste panelen van tweede rij tot een string (in blauw weergegeven). De dakdoorvoer zit onder het meest linkse paneel van de onderste rij. Het aansluitpunt van de eerste string wordt zo dicht mogelijk bij de dakdoorvoer gekozen, in dit geval onder het zesde paneel van links in de onderste rij. De tweede string (in rood) is een beetje lastiger. Het liefst zou je de aansluiting in de tweede rij onder het meeste linkse paneel hebben (zo dicht mogelijk bij de dakdoorvoer) maar aangezien ik graag ook later bij de einden van de strings wil kunnen komen, heb ik ervoor gekozen om de aansluiting bovenaan de bovenste rij panelen te maken. Dat scheelt weliswaar bijna drie meter kabel, maar in geval van problemen zijn de connectoren tenminste bereikbaar. In de toekomst zal moeten blijken of dit een verstandige keuze is geweest. De kabels worden in de horizontale lijnen aan de rails gemaakt met tie-wraps, in verticale lijnen zijn onder de rails door installatiebuizen aangebracht waar doorheen de kabels lopen (zie foto, met al twee panelen geplaatst). In de foto is een inzetje gemaakt met een uitvergoting van de eerder beloofde dakdoorvoer).

AC-bekabeling aanbrengen[bewerken]

De inverter wordt met een XMVK kabel (5x2.5mm²) gekoppeld aan de teruglevereindgroep in de groepenkast. Hoewel de gebruiksaanwijzing van de inverter er niks over zegt, heb ik toch even gecheckt of ik een rechts draaiveld in mijn 3-fasen aansluiting had. Nee dus. Door direct na de hoofdschakelaar twee fasen om te wisselen was dat snel verholpen. Bij de aansluiting heb ik erop gelet dat de volgorden van de fasen L1, L2 en L3 in de groepenkast en de inverter aan elkaar gelijk zijn. Afgezien van het trekken van de kabel door de installatiebuis (ging vrij stroef) is dit stuk van de installatie zonder noemenswaardige problemen verlopen.

Panelen plaatsen[bewerken]

Het eindresultaat, alle panelen gemonteerd.

Met de kabels geplaatst is het nu alleen nog een kwestie van de panelen op de rails monteren en onderling aan elkaar koppelen. Om de opbrengst te optimaliseren heb ik de panelen op basis van de flashdata gesorteerd op Impp. De hoogste 9 gaan in string 1, de rest in string 2. Op die manier wordt de maximale stroomsterkte per string optimaal.
Om de panelen te kunnen leggen heb ik gewacht op een zaterdag met droog weer en weinig wind. Die waren er niet veel in april 2012. De 28e april was het eindelijk zover. Geen wind, en om 11.00h was het dak ver genoeg opgedroogd om er veilig op te kunnen lopen. Panelen netjes recht leggen gaat net zoals tegels zetten: Zorg ervoor dat je een goed uitgelijnde horizontale rij en een goed uitgelijnde verticale rij hebt, en dan is het verder een kwestie van alles vol leggen. De bovenste rij is ten opzichte van de schoorstenen zo goed mogelijk horizontaal geplaatst (zie foto bij bekabeling aanbrengen). Met een stuk metseldraad zijn vervolgens deze twee panelen nog preciezer aan de bovenrand in elkaars verlengde gelegd. Vervolgens is de meest rechtste verticale rij panelen gelegd, gelijk met de uiteinden van de rails. Nadien was nog een kleine correctie van de bovenste twee horizontaal uitgelijnde panelen nodig. Daarna was het plain sailing: een voor een alle panelen plaatsen en aansluiten. 's Avonds om 18.00 lagen alle panelen erop, zie foto. De panelen noch de rails voor de montage zijn geaard. Volgens mijn installateur is dat nergens voor nodig, aangezien er niemand met zijn vingers zomaar bij de panelen kan.

Opstarten[bewerken]

Vooraleer ik de installatie wilde opstarten, heb ik alle instellingen van de inverter nog eens gecontroleerd: De Kostal inverters worden met DIP-witches ingesteld voor het gebruiksland. Dat kun je eenmalig doen, en daarna wordt die instelling ergens in het apparaat opgeslagen. Dat moet dus meteen goed zijn. De spanningen voor de twee strings heb ik nog eens nagemeten en daar bleek de plaatsing van de connectoren voor de tweede string bovenaan het dak op een bereikbare plaats gunstig: De ene string had een open spanning van 430V, de andere een van 48V. Hmm ... Dus ben ik maar weer het dak opgeklommen en vrij snel de fout ontdekt. Bij de string met het lage voltage waren twee stekkers omgewisseld: na herstel hing de hele string aan de inverter, in plaats van maar één paneel. Inmiddels was de avond gevallen, en volgens de manual heeft de inverter DC spanning nodig om te kunnen starten. Wachten, dus.
De volgende morgen heb ik eerst de lastscheidingsschakelaar aan de inverter ingeschakeld, vervolgens naar de meterkast gelopen en toch wel met een beetje zweet in de handen de schakelaar van de teruglevereindgroep omgezet. De inverter gaf een luide piep, snel ernaartoe om te zien hoe de inverter zichzelf initialiseert, en vervolgens stroom begint terug te leveren. In eerste instantie een schamele 60W (het was nog vroeg), maar aan het einde van de eerste dag waren er toch al ruim 8kWh geproduceerd. De tweede dag was een stralende koninginnedag in NL en leverde 24kWh op.

Conclusie[bewerken]

Zelf een PV-installatie aanleggen is goed te doen, als je niet bang bent om op een dak te klimmen en je niet te beroerd bent om er wat tijd in te steken. Je installatie netjes afgewerkt krijgen, daar kruipt toch behoorlijk wat tijd in. Met name de bevestiging van de rails op het dak, en vooral het gedoe met de (oude) pannen, opschuiven, verliesplanken plaatsen, pannen weer terug, nogmaals opschuiven/verwijderen, slijpen, haken monteren, pannen terugplaatsen heeft een behoorlijke aanslag op de beschikbare tijd gedaan. Omdat ik alles alleen gedaan heb, kon het dakwerk niet op een dag klaar zijn, en was het dus elke keer pannen verschuiven, wat doen, en aan het eind van de dag de pannen weer terugschuiven. En dat een weekend of drie-vier achter elkaar. Uiteindelijk kwam het wel in orde, maar halverwege, als je voor de zoveelste keer je vingers openhaalt aan de scherpe kanten van die $#@&*-betonpannen lijkt er geen einde aan te komen.
De elektriciteitsaspecten van de installatie zijn me alleszins meegevallen. Afgezien van het gemis van een gereedschapje voor de MC3 connectoren is dat gedeelte van de installatie zonder al teveel problemen verlopen. Voordeel van NL t.o.v. Belgie voor zelfbouwers is dat er geen strenge keuring achteraf gedaan wordt. Niet dat zelfbouw automatisch een slechtere kwaliteit installatie tot gevolg heeft, maar bij keuringen van werk van doe-het-zelvers wordt over het algemeen toch strenger gekeken dan bij werk van een (bekende) installateur. En je vindt altijd wel iets om over te zeuren. Een duidelijk nadeel dat daartegenover staat, is dat de subsidie in NL precies 0 is ...
Het uiteindelijke plaatsen van de panelen is relatief snel gedaan en is een mooie bekroning van het werk, vooral als vrijwel meteen na opstarten van de installatie een prachtige zonnige dag aanbreekt. Ik zou het zo weer doen.

Opbrengst[bewerken]

28-6-2012: De installatie is nu precies twee maanden in bedrijf, en de eerste MWh is binnen. 1009kWh om precies te zijn. Jammer dat ik er in NL geen GSC voor krijg...

29-04-2012: 0kWh
28-06-2012: 1009kWh
22-08-2012: 2001kWh
06-01-2013: 3000kWh
03-05-2013: 4000kWh