Uitleg

Uit Pv en zonneboiler wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Test Uw elektriciteit net. (253V test)[bewerken]

Vooraf:[bewerken]

Hoewel de meeste netbeheerders als enige toelatingsvoorwaarden aan de installateurs van PVinstallaties stellen dat de installatie max. +/-20A op het net mag leveren (dat komt overeen met 5000W per fase) bij de dimensionering van een installatie, blijkt in de praktijk dat meer en meer installaties het laten afweten zelfs al blijven ze (sterk) onder deze limiet.
Vooral 'einde-lijn' installaties, of plaatsen waar meerdere PVinstalaties voorkomen (in eenzelfde straat b.v.) lijden hieronder.
De reden daarvoor is dat het bestaande elektrisch net zijn fysische limieten heeft: beperkte sectie van de stroomgeleiders, soms lange leidingen, soms een hoger dan normaal ingestelde voedingsspanning in de transformatorcabine (dat laatste vaak om einde-lijn gebruikers, die dan bv grote elektrische verbruikers hebben zoals bv elektrische verwarming, te allen tijde een aanvaardbare minimumspanning te bieden).

Wat theorie:[bewerken]

Wanneer een elektrische stroom in een elektrisch circuit vloeit, treedt een spanningsverlies (of -val) op. T.t.z. de spanning die je meet aan de polen van de verbruiker (b.v. 226V) is lager dan de spanning die je 'stroomopwaarts' meet, b.v. aan de polen van de kWhteller, of aan de spanningsbron (b.v. 230V). Dit verschijnsel is des te sterker naarmate:

  - de elektrische stroom groter is (dus hoe naarmate het vermogen/verbruik (in Watt)
van de verbuiker hoger is) - de weerstand van de geleider groter is(die is evenredig met de lengte ervan,
omgekeerd evenredig met de dikte, en hangt af van het materiaal: Aluminium (luchtleidingen) is een slechtere geleider dan koper (leidingen in de grond)

Hieruit vloeit voort dat, om eenzelfde stroom (dus vermogen) over het net te transporteren, bij een gewenste (of gegeven) spanning aan de verbuiker (b.v. 230V), een hogere spanning aan de bron nodig is (b.v. 240V), naarmate de weerstand van de leiding hoger is. (Noot: vaklui spreken graag van impedantie i.p.v.weerstand, maar omdat een PVinstallatie volstrekt synchroon met het net moet draaien (dus cos fi = 1), is in dit geval de impedantie niets anders dan de (ohmse) weerstand.)

Nu, bij een PVinstallatie kun je de omvormer (die de stroom van de zonnepanelen omzet naar wisselstroom) zien als 'de bron', en de transformator van de stroomdistributeur als 'verbruiker'. PVinstallaties laten het nu dus afweten wanneer de omvormer er niet meer in slaagt de geproduceerde stroom op het net te 'duwen'; dat gebeurt met name wanneer de omvormer daartoe de spanning dusdanig probeert te verhogen, dat de limiet van 253V wordt bereikt, waarbij de omvormer in veiligheid gaat. Dan stopt de stroomproductie. (253V is de opgelegde limiet voor België en andere Europese landen; als deze niet zou worden gerespecteerd, gaan (ingeschakelde) elektrische (230V) toestellen (verbruikers) eenvoudig stuk).

Edit: De normen in BE zijn in 2012 aangepast naar een maximale spanning van 264.5 of meer dan 253V over 10min.
Zie ook: Vreg.be


Hoe kan je van tevoren nu nagaan wat het net waarop je een PVinstallatie wil plaatsen, aankan aan plaatselijke elektriciteitsproductie?

Doe voor elke fase volgende oefening:

Probeer de maximum netspanning (tussen fase en nulleider) te vinden. Meet deze aan je kWhteller en dus op momenten dat je denkt dat de buren het minst afnemen (schakel ook al je eigen verbruikers uit). Die waarde noemen we U1.
Vervolgens schakel je een grote verbruiker (op die fase) in met bekend vermogen (bv oven van 3000W - evt meet/bereken je dat vermogen mbv je kWhteller & stopwatch).
Meet dan de spanning opnieuw. Da's U2. (Kleiner dan U1 door de kabel- en trafoverliezen die optreden tgv de stroom die nu loopt.)
Wel, nu weet je het spanningsverlies (U1-U2) dat je te wachten staat voor een installatie van +/- 3000Wp (of tenminste een omvormer die dat AC vermogen levert).
Of, algemener, regel van 3, per 1Wattpiek zul je een spanningsval hebben van ongeveer (U1-U2)/3000.
Dit quotient vermenigvuldig je dus met jouw geplande Watt piek van je installatie. Laten we dit product delta U noemen. Die bedraagt gemakkelijk 5 à 15(!) Volt of zelfs meer.
Omdat jij nu de relatieve producent bent (je kWh teller draait achteruit), verhoogt de PV installatie de netspanning bij jou met deze delta U.

Welnu, problemen heb je gegarandeerd als (U1 + delta U) >= 253V.

Let op, de kabelverliezen tussen de kwhteller en de omvormer spelen ook mee.
Dus bij langere ac kabels dient hier de nodige aandacht aan besteed te worden. Zie de tools om de kabeldiameter te bepalen PV_installatie#Testen_van_elektriciteitnet

Mogelijke oplossingen:[bewerken]

- verminder de kWp, dus plaats een kleinere installatie.

- plaats meerdere omvormers of een omvormer die over drie fases terug levert (De Kostal Pico is daar geschikt voor)i.p.v. éénenkele, verdeeld over de fasen.

- desnoods verbruik je zelf onmiddellijk op de piekmomenten zoveel stroom, dat je PVinstallatie niet meer uitvalt. Door de kromme subsidiëringsreglementering (t.a.v. de stroomleveranciers) m.b.t. groene stroom, is het voor de particulier zelfs interessanter om desnoods dat verbruik 'te laten verloren gaan' (b.v. een elektrisch verwarmingstoestel dat je in de open lucht zet - in de zomer dan- , omdat dan je groenestroomproductie ononderbroken verdergaat (hetgeen groenestroomcertificaten oplevert.)

Netbeheerder[bewerken]

Vragen om de spanning aan de transformator lager in te stellen (op een normaal niveau).


==Dirkwave824 14 jul 2009 11:11 (UTC)